Het goud uit de community

by Melle Gloerich on 22/02/2009 · 1 comment

We kunnen denk ik wel zeggen dat de nadruk in het medialandschap van massamedia naar communitymedia aan het gaan is. Natuurlijk zijn er altijd al communities geweest maar deze hadden tot voor kort nauwelijks massapublicatiekansen. Nu iedereen een website kan maken, Hyves- of Linkedingroepen bij elkaar klikt en publiekelijk met andere communityleden communiceert staat de invulling van massamedia onder druk. Dit wil niet zeggen dat massamedia verdwijnen, sterker nog, het worden en er denk ik meer, ze zullen alleen specialistischer en iets minder voor de grote massa worden.

De vergissing is vaak dat er vaak gestreefd wordt naar een community zonder te bedenken wat een community werkelijk biedt. Hierbij moet niet in businessmodels gedacht worden maar in het openbaren van kennis. In een community zitten vaak experts rond het community-onderwerp. Een nog maar zelden aangeboorde goudmijn.

Wij, mediaprofessionals, hebben een speciale taak hebben binnen het landschap van communitymedia. We moeten uit de potentiele waarde van de community het goud zien te halen.

Hoe deze goudmijn aan te boren?

Hoewel ik zelf niet uit de hoek van de ‘oude media’ kom, snap ik wel dat het moeilijk is om niet vanuit je eigen perspectief te redeneren. Via een kort stukje geschiedenis kom ik uit bij succesvolle online manieren om de goudmijn aan te boren.

Internet en persoonlijke websites zijn rond 1999 min of meer doorgebroken maar tussen grofweg 1999 en 2005 spraken we nog niet van de mediarevolutie en zagen kranten nog nauwelijks concurrentie in internet. Zeer simpele software en ingebouwde reageerfunctionaliteit zorgden daar wel voor. Opeens zagen mensen met een weblog hun publiek en ze hebben sindsdien dat podium proberen uit te bouwen zonder zich door conventies gehinderd te voelen. De afgelopen 4 jaar hebben ons geleerd dat publiek meer is dan een toeschouwende menigte en dat een aanzienelijk deel de community wilt helpen.

Dat deel van de community zijn de goudklompjes die we kunnen uitbikken en uit de mijn kunnen halen, de rest is interessant als het broodnodige publiek. Een podium heeft ook alleen zin als er mensen kijken toch?

De goudklompjes zijn echter van verschillende groottes.

Dit is essentieel om te beseffen. Niet iedereen participeert evenveel of evenmakkelijk. Er moeten daarom ook verschillende niveaus van participatie mogelijk zijn. Laten we een aantal veel gebruikte niveau’s aangeven:

  1. Veel communityblogs zoals Marketingfacts, Sargasso en natuurlijk ook RethinkingMedia bieden de mogelijkheid om mee te bloggen. Om mee te doen moet je je al wel in de kijker hebben gespeeld of vanuit je achtergrond interessant voor weblog.
  2. Reageren is sinds een jaar of 4 heel normaal en vergt niet zoveel moeite als het schrijven van een weblog.
  3. Nog een stapje lager op de ladder der participatiemoeite is het stemmen op polls. Polls kunnen mooi laten zien hoe het publiek over iets denkt. Misschien kan je dit wel one-click participatie noemen, want het Diggen, ‘Google Reader sharen’ of een ster-waardering geven valt mijns inziens hier ook onder.
  4. Passieve participatie staat helemaal onderaan betekent het meten van het gedrag van het publiek (“viewed 430 times”, “people who bought this book also bought…”). Als je ziet dat duizenden mensen de berichten van een website lezen kan dat een motivatie zijn om te bloggen of reageren.

 

Een gouden combinatie?

De combinatie tussen niveau 1 en 3 heb ik echter nog zelden ergens gezien. Het combineren van het ‘Diggen’ van een site en webloggen is volgens mij een gouden combinatie. Bij de NGN (Netwerk Gebruikersgroep Nederland) proberen we experts uit onze community (IT-pro’s) van ongeveer 3000 leden te bewegen om een link te voorzien van een paar regels commentaar (onder de titel ‘N61320 (beta)’). Dit plaatsen we dan onder hun naam op de frontpage. Omdat het specialisten zijn hebben ze een erg goede kijk op de ontwikkelingen van hun vakgebied en kunnen ze ook veel beter zien óf en waarom een bepaalde artikel nuttig is voor de rest van de community.

Naast het feit dat ze hiermee de community helpen, is het ook een simpele manier om mensen op een podium te zetten en zodoende meer te activeren. Als er genoeg mensen uit de community op deze manier participeren onstaat er een nieuwsstream van informatie die door de community zelf als waardevol wordt aangemerkt. Dat is een groot verschil met journalisten die het onderwerp zelf interessant vinden of denken dat het interessant voor de community is, terwijl ze niet zelf tot de community behoren.

Zijn er andere manieren waarop communities aangespoord worden om meer te doen? Hierbij zijn intrinsieke motivaties het interessants omdat de participant hetgeen gedaan moet worden al leuk vindt.

Tenslotte: Ik ben altijd op zoek naar interessant nieuws via Google Reader, hier deel ik nieuws wat ik interessant vind, waar doe jij dat?

{ 1 comment… read it below or add one }

Marcus Hinrichs March 2, 2009 at 09:40

Beste Melle,

Mooi stuk, en blijft interessant voer voor media profs. Nu ben ik zeker nog geen prof, startend ondernemer sinds mei 2008, maar zie wel dat ons bedrijf in korte tijd veel succes heeft gehad door onze community.

Je ziet dus dat deze vorm van communiceren voor vooral startende en jonge ondernemers een interessante manier is van (interactive) marketing. Wel merken we dat je snel de vertaalslag moet maken naar professionele community zodra je merkt dat het goed bezocht wordt. We zijn nu ook achter de schermen bezig met een nieuwe websiet die veel interactiever, interessanter en vernieuwder is dan onze huidige website. Het voordeel van een reeds opgebouwde LinkedIn community is deze mee te verhuizen naar je website die dan meteen al een flinke boost kan geven.

Grappig detail is wellicht dat wij een van de weinigen zijn die het nieuwe met het oude combineren. Zo geven wij een heus print magazine uit om onze online activiteiten te versterken en dat werkt super. Veel media profs roepen dat print dood is maar bij goed gebruik is het juist enorm versterkend.

Groet,
Marcus Hinrichs
SalesMagazine.nl

Reply

Leave a Comment

Previous post:

Next post: