Deze week werd bekend dat de New York Times content van blogs als GigaOm, Venturebat en ReadWriteWeb in zijn online Technology-rubriek gaat publiceren. In de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden voor online publishing stuit ik steeds vaker op het idee dat een professioneel mediabedrijf de rol van curator op zich zal moeten nemen. Het voorbeeld van de New York Times sluit daarop aan.
Mediabedrijven zitten met een dilemma. Hun lezers en kijkers gaan steeds meer tijd online besteden maar de mogelijkheden om net zo veel geld online te verdienen als vroeger in print en op tv zijn veel minder. Er wordt minder online besteed en bovendien moet de koek tussen veel meer partijen verdeeld worden.
De enige oplossing om serieus geld te verdienen is (vooralsnog) om de kosten zoveel mogelijk te beperken. En de posten waarop dan gesnoeid kan worden zijn redactie en marketing. Maar ja, zonder product geen business, dus dat houdt ergens op.
Wat je nu ziet ontstaan zijn modellen waarbij het mediabedrijf eigen content en content van andere mediabedrijven, bloggers, users en ook adverteerders gaat selecteren, mixen, bundelen en weer verspreiden.
De redactie is als het ware een soort organisator (‘curator’) die de kwaliteit moet bewaken. Die kwaliteitsbewaking is een toegevoegde waarde omdat adverteerders niet zomaar bij elke willekeurige verzameling user generated content willen staan. Voor de lezers is het een toegevoegde waarde omdat het tijd bespaart: ze weten dat merk X of Y hen al werk uit handen heeft genomen bij de selectie. De toegevoegde waarde van een mediabedrijf voor contentparters kan sales, traffic of branding zijn.
Jeff Jarvis wees in deze video op de nieuwe strategie voor publishers. In Nederland is Zibb volgens deze filosofie te werk gegaan en gisteren nog las ik deze posting over NotCot.org waarin dezelfde aanpak wordt beschreven.
Voordeel van de curator-rol is dat er minder out-of-pocket-kosten gemaakt hoeven te worden om kwalitatief goede content te produceren en bovendien kunnen de partners wederzijds promotie voor elkaar maken. Absolute voorwaarde is dat met de contentpartners op een volstrekt gelijkwaardige manier wordt omgegaan. Zij moeten net zoveel voordeel uit het partnership kunnen halen, in de vorm van shared revenues, promotie of branding.




Een interessante ontwikkeling inderdaad. Ik weet niet goed wat ik van de term ‘curator’ moet vinden. In de betekenis van kwaliteitsbewaker vind ik ‘m goed getroffen, maar er hangt ook de geur van stoffige musea aan en dat past dan niet zo goed bij deze nieuwe ontwikkeling. Zelf gebruik ik vaak de term ‘aggregator’ maar dat is natuurlijk ook niet erg sexy. Wie weet is er al iets anders bedacht (anyone?).
Het past overigens goed bij mijn verhaal over de noodzaak van innovatie. Als kranten hun artikelen nou ook op stuksbasis beschikbaar gaan stellen, dan ontstaat er wellicht zoiets als de long tail van (kwaliteits)artikelen, waarbij de lezer zelf zijn kwaliteitskrant kan samenstellen. En daar hoort natuurlijk ook een goed verdienmodel bij, bijvoorbeeld door aan de bundeling artikelen op Googeleaanse wijze advertenties te koppelen.
Een dergelijke ontwikkeling – maar dan met de term makelaars, al helemaal niet sexy ;) – beschreef Infoworld hoofdredacteur Volkert Deen als eens op IDG Blog: http://blog.idg.nl/2008/02/26/content-makelaars/
Uitgangspunt van deze zienswijze is wel dat mensen nog steeds actief op zoek gaan naar hun content. RSS en andere feedvormen omzeilen deze vorm van aggregatie.
@Anton, zou je Emerce ook niet kunnen noemen als Nederlands voorbeeld?